De 30%-regeling in 2026: salarisgrenzen, de verlaging naar 27% en wie 30% houdt
De beroemde belastingregeling voor expats in Nederland heeft jaren van politiek gesleutel overleefd, maar de regels hangen nu sterk af van wanneer die van jou is begonnen. Dit is wat de regeling in 2026 waard is, hoe je op tijd aanvraagt, en wie precies 30% houdt als het tarief in 2027 naar 27% zakt.
Weinig Nederlandse belastingonderwerpen leveren zoveel recruiterpoëzie en zoveel verwarring op als de 30%-regeling — de regeling waarmee internationale werknemers die eraan voldoen tot 30% van hun salaris belastingvrij kunnen ontvangen. Hij bestaat echt, het gaat om serieus geld, en na verschillende rondes politiek gesleutel hangen de regels nu sterk af van één datum: wanneer jouw regeling voor het eerst van toepassing was. Deze gids behandelt wat de regeling werkelijk waard is, de salarisgrenzen voor 2026, hoe de aanvraag werkt en waarom de eerste vier maanden ertoe doen, en ontwart daarna de tariefsverlaging van 2027, het overgangsrecht en de stillere verandering die het buitenlandse spaargeld van expats de Nederlandse belastingheffing in trekt. Informatie, geen advies — dit is precies het soort belang waarvoor een belastingadviseur bestaat.
Wat de regeling is, en wat hij echt waard is
De officiële logica: werknemers die uit het buitenland worden aangetrokken hebben extra kosten — dubbele woonlasten, vluchten naar huis, het ontwortelen van een heel leven — de zogenoemde extraterritoriale kosten, en werkgevers mogen die belastingvrij vergoeden. In plaats van iedereen bonnetjes te laten verzamelen biedt de regeling een vast alternatief: de werkgever mag tot 30% van het salaris uitbetalen als belastingvrije vergoeding, zonder bonnetjes, voor maximaal vijf jaar. (De bonnetjesroute bestaat nog steeds — een werkgever kan in plaats daarvan de werkelijke extraterritoriale kosten vergoeden, en die keuze mag elk jaar opnieuw worden bekeken. Voor de meeste mensen wint de vaste 30% ruimschoots.)
Netto is de rekensom vriendelijk. Salaris dat anders tegen Nederlandse progressieve tarieven zou worden belast — 49,50% in de hoogste schijf in 2026 — komt onaangeroerd bij je binnen. Voor iemand die genoeg verdient om in de hoogste schijf te zitten levert de regeling heel ruw geschat 10–15% van het brutosalaris extra netto per jaar op; bij een salaris van €90.000 zit je in de orde van €1.000 per maand extra op je rekening. Je exacte bedrag hangt af van je salarisniveau en de inrichting van de salarisadministratie, maar het algemene punt staat overeind: dit is geen afrondingsverschil, en daarom moeten financiële beslissingen als hypotheken en spaarplannen die om een regeling heen zijn gebouwd rekening houden met de dag waarop die afloopt.
Sinds 2024 is er ook een plafond. De belastingvrije vergoeding mag alleen worden berekend over salaris tot de WNT-norm (de Balkenendenorm, het maximum voor topsalarissen in de publieke sector) — €262.000 in 2026, waarmee de maximale belastingvrije vergoeding uitkomt op €78.600 per jaar. Per 1 januari 2026 is de overgangsregeling die bestaande gevallen tegen dit plafond beschermde verlopen, dus hij geldt nu voor iedereen. Alleen pijnlijk voor de zeer goed betaalden, maar voor hen dan ook echt pijnlijk.
De salarisgrenzen voor 2026
De kerntoets voor de regeling is salaris. Voor 2026 moet je belastbare jaarsalaris minimaal €48.013 zijn. Ben je jonger dan 30 en heb je een kwalificerend masterdiploma (of een buitenlandse tegenhanger), dan zakt de lat naar €36.497 — een bewust opengezette deur voor jonge onderzoekers en afgestudeerden, al geldt de hogere grens vanaf de maand na je dertigste verjaardag. Wetenschappelijke onderzoekers bij aangewezen onderzoeksinstellingen zijn helemaal vrijgesteld van de salariseis.
Dan de nuance waar mensen elk jaar over struikelen: de grens geldt voor je belastbare salaris nadat de 30% eraf is gehaald. Verdien je precies €48.013 en neem je de volle 30% belastingvrij, dan zakt je belastbare salaris onder de grens — waarmee je niet meer kwalificeert. In de praktijk is de volle 30% pas beschikbaar zodra je brutosalaris hoog genoeg is dat 70% ervan nog boven de lat uitkomt (rond €68.600 in 2026). Tussen de grens en dat niveau past de salarisadministratie een kleiner belastingvrij percentage toe — net genoeg om je belastbare salaris op de norm te houden. Volstrekt legaal, automatisch in elk fatsoenlijk salarissysteem, en de reden dat twee collega's met dezelfde regeling verschillende percentages kunnen hebben.
De toets is bovendien doorlopend, geen eenmalige check bij indiensttreding. Zak je in een later jaar onder de grens — minder uren, onbetaald verlof, een sabbatical — dan kun je de regeling helemaal kwijtraken, niet slechts tijdelijk pauzeren. De grenzen worden elke januari geïndexeerd, dus een salaris dat bij ondertekening net over de lat kwam moet dat tempo bijhouden.
Wie in aanmerking komt
Salaris is noodzakelijk, maar niet voldoende. De overige voorwaarden, kort:
Uit het buitenland aangeworven. Je moet van buiten Nederland zijn aangenomen (of overgeplaatst) — de regeling beloont het binnenhalen van schaarse expertise, niet lokale werknemers die toevallig een buitenlands paspoort hebben. Je contract tekenen terwijl je hier al als inwoner woont laat de aanvraag doorgaans stranden.
De 150-kilometerregel. Gedurende meer dan 16 van de 24 maanden vóór je eerste Nederlandse werkdag moet je hemelsbreed meer dan 150 km van de Nederlandse grens hebben gewoond. Dat sluit het grootste deel van België uit, stukken van West-Duitsland en een strook van Noord-Frankrijk — de redenering is dat wie zo dichtbij woont zou kunnen forenzen en geen echte verhuiskosten heeft. Rechtszaken hebben de regel door de jaren heen overeind gelaten.
Specifieke deskundigheid. Op papier moet je vaardigheden hebben die schaars zijn op de Nederlandse arbeidsmarkt. In de praktijk geldt het halen van de salarisgrens als bewijs van die deskundigheid, dus deze voorwaarde hoeft zelden apart te worden aangetoond.
Een Nederlandse inhoudingsplichtige. Je werkgever moet bij de Belastingdienst geregistreerd zijn voor de loonheffingen. Standaard bij Nederlandse bedrijven; het detail om te controleren als je in dienst bent via een buitenlandse entiteit of een employer-of-record-constructie.
Aanvragen: het gezamenlijke verzoek en het venster van vier maanden
Je kunt de aanvraag niet in je eentje doen — het verzoek aan de Belastingdienst wordt gezamenlijk door jou en je werkgever gedaan, en in de praktijk trekt de werkgever (of diens salarisverwerker) de kar. Jij levert het bewijs van je woongeschiedenis: denk aan arbeidsgegevens en uittreksels uit de registratie van je vorige land waaruit blijkt waar je die 24 maanden woonde. Een beslissing duurt doorgaans enkele weken tot een paar maanden en komt als een formele beschikking waarin de begin- en einddatum van je regeling staan. Bewaar hem; die brief beslecht elke toekomstige discussie over wat er voor jou geldt.
Timing telt zwaarder dan de meeste nieuwkomers doorhebben. Dien je de aanvraag binnen vier maanden na je eerste werkdag in, dan werkt de regeling terug tot dag één — de loonheffing die intussen is ingehouden wordt in de salarisadministratie gecorrigeerd. Dien je later in, dan is er geen terugwerkende kracht: de regeling geldt pas vanaf de eerste dag van de maand na de maand waarin je hebt ingediend, en de gemiste maanden zijn simpelweg verdwenen uit de waarde van je vijfjaarstermijn. Werkgevers doen dit routineus, maar 'routineus' is niet 'altijd' — in week één aan HR vragen of de aanvraag eruit is, is een legitieme besteding van je onboardingenergie, net als de inschrijving bij de gemeente die om te beginnen het BSN oplevert dat de salarisadministratie nodig heeft. Het hoort op hetzelfde mentale lijstje als alles in de checklist voor de eerste 30 dagen.
Nog een klok waar je rekening mee moet houden: perioden die je vóór deze baan in Nederland hebt doorgebracht — eerder werk, studie, zelfs lange verblijven — kunnen van je maximale termijn van vijf jaar worden afgetrokken. In de beschikking staat wat je daadwerkelijk hebt gekregen.
2027: de verlaging naar 27%, en wie precies 30% houdt
Vanaf 1 januari 2027 zakt het belastingvrije percentage van 30% naar 27%. Of dat ook voor jou geldt, hangt volledig af van één datum:
- Regeling voor het eerst toegepast vóór 1 januari 2024: je valt onder het overgangsrecht. Je houdt de volle 30% voor de rest van je termijn — tot het einde, zolang je elk jaar aan de salariseis blijft voldoen.
- Regeling voor het eerst toegepast op of na 1 januari 2024: je krijgt 30% tot en met eind 2026, daarna 27% vanaf 2027 voor de termijn die overblijft.
De datum die telt is wanneer de regeling voor het eerst op jou van toepassing was — de begindatum op je beschikking — niet wanneer je op Schiphol landde of je contract tekende. Was je eerste werkdag in december 2023 maar werd de regeling toegepast per 1 januari 2024, dan zit je in de 27%-groep. Kijk naar de brief, niet naar je geheugen.
Twee voetnoten bij de politiek. Ten eerste herinner je je misschien koppen over een hardere afbouw in stappen van 30–20–10%, waarbij het percentage gedurende de looptijd van de regeling trapsgewijs zou dalen. Dat plan is in 2023 aangenomen en daarna geschrapt voordat het ooit effect had; wat er werkelijk staat is de vlakke verlaging naar 27%. Beschrijft een blog die je leest nog steeds die afbouw, dan is die verouderd. Ten tweede krijgt de 27%-groep vanaf 2027 ook een hogere salariseis — de normen zijn vastgesteld op €50.436 (standaard) en €38.338 (onder de 30) in prijzen van 2024, en moeten nog worden geïndexeerd voordat ze gaan gelden. Gevallen van vóór 2024 met overgangsrecht houden de gewone geïndexeerde grenzen.
De stillere verandering: de partiële buitenlandse belastingplicht is verdwenen
Jarenlang kwam de regeling met een tweede, minder bekend cadeau: de partiële buitenlandse belastingplicht. Koos je daarvoor, dan bleven je buitenlandse spaargeld, beleggingen en aanmerkelijk belang volledig buiten de Nederlandse box 3 en box 2 — Nederland belastte je salaris, en je portefeuille in je thuisland bleef buiten beeld. Voor expats met vermogen in het buitenland was dit soms meer waard dan de 30% zelf.
Die optie is op 1 januari 2025 afgeschaft, met één overgangsuitzondering: was de regeling al toegepast op je laatste loonstrook van 2023, dan mag je de partiële buitenlandse belastingplicht blijven gebruiken tot en met eind 2026. Begon je regeling in 2024 of later, dan is de optie nooit van jou geweest — je wereldwijde vermogen zit al in de Nederlandse box 3, belast via een verondersteld rendement tegen 36% boven het heffingsvrije vermogen (€59.357 per persoon in 2026).
En 2027 is de harde grens voor iedereen: vanaf dat moment horen buitenlands spaargeld en buitenlandse beleggingen bij de Nederlandse aangifte, ongeacht wanneer je regeling begon. Zit je in de groep met overgangsrecht, dan is deze komende 1 januari het moment waarop je rekeningen in het buitenland zichtbaar worden voor de Nederlandse vermogensheffing — en belast je thuisland dat vermogen ook, dan komen er echte vragen over dubbele belasting bij, die belastingverdragen goed, slecht of helemaal niet oplossen, afhankelijk van het land. Dit is op deze pagina de allerbeste reden om vóór het einde van de overgang met een belastingadviseur te gaan zitten in plaats van erna.
Het extraatje dat niemand noemt: je rijbewijs
Wie de regeling heeft, krijgt er een echt aangenaam voordeel bij: je kunt je buitenlandse rijbewijs omwisselen voor een Nederlands rijbewijs zonder enig Nederlands examen — ongeacht welk land het heeft afgegeven. Normaal kunnen alleen rijbewijzen uit de EU/EER en een korte lijst verdragslanden worden omgewisseld; alle anderen moeten het volledige Nederlandse theorie- en praktijkexamen doen, en dat is niet goedkoop en staat niet bekend om zijn mildheid. Met de regeling dien je de omwisseling in bij je gemeente met een kopie van je beschikking, gaat de aanvraag naar de RDW (de Rijksdienst voor het Wegverkeer) en valt het Nederlandse rijbewijs binnen een paar weken op de mat.
Beter nog: het strekt zich uit tot het gezin — je partner en kinderen die op jouw adres staan ingeschreven kunnen hun rijbewijs ook omwisselen op basis van jouw regeling. Je buitenlandse rijbewijs moet nog geldig zijn, en je levert het bij de omwisseling in. Doe dit terwijl de regeling loopt — het is een voorrecht dat aan de geldigheid van de regeling hangt, geen levenslang recht.
Van baan wisselen, gaten en het einde van de regeling
De regeling wordt aan jou toegekend bij een specifieke werkgever, dus hij gaat niet automatisch met je mee als je opzegt. De regels om hem te behouden:
De regel van drie maanden tussen twee banen. Tussen het einde van het oude dienstverband en het tekenen van het contract met de nieuwe werkgever mogen niet meer dan drie maanden zitten. Blijf je binnen dat venster, dan kan de nieuwe werkgever aanvragen om de regeling voort te zetten voor je resterende termijn; overschrijd je het, dan is de regeling definitief weg — de wet leest een langer gat als bewijs dat je expertise toch niet zo schaars was, en rechters hebben die logica streng toegepast. Onderhandel je over een vertrek of denk je aan een pauze tussen twee banen, dan hoort deze deadline op het whiteboard.
De klok begint niet opnieuw. Een voortzetting loopt voor wat er over is van je oorspronkelijke vijf jaar, onder het regime (30% of 27%, volgens je oorspronkelijke begindatum) dat al voor je gold. De nieuwe werkgever moet aan dezelfde voorwaarden voldoen, je nieuwe salaris moet nog steeds boven de grens uitkomen, en het venster van vier maanden geldt opnieuw voor terugwerkende kracht.
Als hij eindigt — vijf jaar om, salariseis niet gehaald, of een gat dat te lang duurde — is de landing abrupt: de regeling stopt midden in de salariscyclus in plaats van af te bouwen, en je nettoloon zakt de maand erna. Vanaf dat moment word je belast als elke andere inwoner, wereldwijd vermogen inbegrepen. De einddatum staat op je beschikking, dus de enige fout die niemand hoeft te maken is erdoor verrast worden. Werkgevers verzachten de klif soms met salarisafspraken; of die van jou dat doet is een gesprek dat je beter een jaar van tevoren voert dan een maand.
Veelgestelde vragen
Wordt de 30%-regeling automatisch toegepast als ik eraan voldoe? Nee. Hij bestaat alleen als jij en je werkgever samen hebben aangevraagd en de Belastingdienst een beschikking heeft afgegeven. In stilte kwalificeren levert je niets op — en het venster van vier maanden voor terugwerkende kracht begint op je eerste werkdag, of iemand er nu op let of niet.
Kan ik de regeling krijgen als zzp'er of freelancer? Niet als zodanig — het is een loonregeling die een werkgever vereist die Nederlandse loonheffing inhoudt. Sommige opdrachtnemers richten zichzelf in via een payrollbedrijf of een bv-constructie om hun eigen werkgever te worden; of dat werkt en de moeite waard is, is precies een vraag voor een belastingadviseur.
Heeft de 30%-regeling invloed op mijn hypotheek, pensioen of toeslagen? Dat kan. Geldverstrekkers kijken naar je brutosalaris maar weten dat regelingen aflopen; pensioenopbouw en sociale zekerheid gaan doorgaans uit van je volledige salaris, maar het belastingvrije deel kan doorwerken in regelingen die op belastbaar inkomen worden getoetst. Vraag het aan de betreffende instantie in plaats van het aan te nemen.
Mijn regeling is in 2024 begonnen. Kan ik na 2026 op enige manier 30% houden? Onder de wet zoals die in 2026 luidt niet — de grens voor het overgangsrecht ligt bij regelingen die voor het eerst zijn toegepast vóór 1 januari 2024, en er is geen aanvraag- of uitzonderingsroute overheen. Ga in je begroting uit van 27% vanaf januari 2027 en laat een eventuele latere politieke verzachting een aangename verrassing zijn.